Bouw en Uitvoering

Gehandicaptenzorg in toekomstperspectief

TVB Zorg - Gehandicaptenzorg in toekomstperspectief

Interview met Heleen Dupuis, voorzitter Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland

Hoe kijkt u naar de gehandicaptenzorg van nu? Wat gaat goed? En wat kan beter?
‘Onze sector streeft er naar om alle mensen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking zo normaal mogelijk te laten deelnemen aan de samenleving. Naar mijn mening mogen we als branche daarin wel iets realistischer zijn. Er is nu veel aandacht voor mensen met een relatief -lichtere beperking waarvan de zorg verschuift van de AWBZ naar de Wmo. Maar vergeet niet dat een belangrijk deel van onze cliënten 24 uur per dag zorg nodig heeft, vaak een heel leven lang. Hoe vervelend ook, voor hen zijn de mogelijkheden om echt deel te nemen aan de samen-leving beperkt. Nog even los van de medische zorg die onze zorginstellingen bieden, is er voor onze leden een belangrijke taak weggelegd als het gaat om het optimaliseren van het welzijn van hun cliënten. Natuurlijk krijgen de extreme incidenten veel media-aandacht en zijn er altijd verbeterpunten, maar ik zie ook dat er ontzettend veel goed gaat. Let wel, er is veel verborgen leed in de gehandicaptenzorg waar ook wij als sector maar tot op zekere hoogte wat aan kunnen doen. Voor de machteloosheid die mensen met een handicap kunnen ervaren, is niet altijd een oplossing. Dat maakt onze taak zo de moeite waard.’

Hoe zou u de visie van de VGN omschrijven op de gehandicaptenzorg van de toekomst?
‘De VGN is een brancheorganisatie. Wij streven naar gunstige voorwaarden en actieve belangenbehartiging op het vlak van financiering, wet- en regelgeving, werkgeverszaken en inhoud van de zorgverlening. Maar onze visie heeft direct betrekking op onze cliënten. In onze visie zouden alle mensen met een beperking zo veel mogelijk kwaliteit van leven moeten ervaren. Als brancheorganisatie voelen we die verantwoordelijkheid ook. Want wat deze sector zo uniek maakt, is dat er ontzettend veel betrokkenheid is met onze cliënten. Die lijnen zijn heel kort en lopen sectorbreed. Ze gaan door alle lagen van organisaties heen. Die betrokkenheid, verantwoordelijkheid en loyaliteit proef ik telkens weer en raakt me nog altijd.’

Welke krachten, partij.en en organisaties bepalen het speelveld in uw branche?
‘Ons directe aanspreekpunt in het kabinet is staatssecretaris Van Rijn. En daarmee hadden we het een stuk slechter kunnen treffen. Wij ervaren hem als een hele prettige, toegankelijke persoonlijkheid met gevoel voor de sector. Hij erkent het belang om samen tot belangrijke beslissingen te komen. In de onderhandelingen over het onlangs gesloten Zorgakkoord hebben wij expliciet de samenwerking gezocht met de andere vier grote brancheorganisaties (Actiz, NVZ, GGZ Nederland en NFU). Dat heeft heel goed uitgepakt. Natuurlijk kiest niemand uit vrije wil voor bezuinigingen van bijna een miljard euro verspreid over vier jaar. Maar goed, als het dan toch moet, laten we dan samen kijken hoe we die bezuinigingen naar omstandigheden zo goed mogelijk kunnen invullen. Elke sector binnen de zorg heeft daar zijn eigen standpunten in. Al met al zijn wij tevreden met het resultaat.’

‘Waar in onze optiek nog verbeteringen mogelijk zijn, is het overleg met de zorgverzekeraars. De gehandicaptenzorg typeert zich door een continue stijging van cliënten en zorg. Die groei is niet spectaculair, maar wel gestaag en neemt zeker niet af. Als mensen eenmaal in onze -sector terechtkomen, dan is dat vaak voor het leven. De gehandicaptenzorg is, zeker in de nieuwe kern-AWBZ, dan ook gebaat bij een stabiele en heldere financieringsbron, vooral op de langere termijn. Nu is het zo dat er nog te grote verschillen zijn tussen zorgkantoren onderling die verschillende tarieven hanteren voor verschillende zorginstellingen. Ook zijn er instellingen die onderhandelingen moeten voeren met meerdere zorgkantoren of geconfronteerd worden met ad hoc, eenzijdig opgelegde tariefverhogingen. Dat kan natuurlijk niet. Sterker nog, het bekostigingssysteem is dusdanig complex en verschillend in de uitvoering, dat daar in onze mening zeker vijf tot tien procent besparingen te behalen zijn.’

Wat is de rol van de VGN in dit krachtenveld? Hoe verloopt het ‘spel’? Is het een kwestie van continu ‘duwen en trekken’?
Of zoekt u ook de samenwerking op met andere -partijen?
‘Je zou ons kunnen zien als de aandrijvende kracht van een motor. Die heeft brandstof nodig om output te kunnen leveren. Dat zijn de zorgorganisaties. Wij zijn de aandrijving. De VGN duwt het collectief van instellingen in de gehandicaptenzorg als het ware vooruit. Om continu vinger aan de pols te houden, zoeken wij actief de dialoog op met onze leden in de algemene ledenvergaderingen, themagerichtecommissies, ronde tafelgesprekken en regionale bijeenkomsten. Onze leden beoordeelden ons afgelopen jaar voor onze inspanningen met een dikke zeven.’

Hoe maakt u zich als vereniging sterk voor de kwaliteit van de zorg?
‘Kwaliteit is zorgbreed van groot belang. Dat geldt ook voor de gehandicaptenzorg. Het moeilijke in onze sector is het meten van die kwaliteit. Waar je in de cure kunt meten op aantallen patiënten met een bepaalde aandoening, op aantallen ingrepen, op complicaties en dergelijke, meten wij eerder het welzijn van onze cliënten. De VGN heeft onlangs een kwaliteitsintrument ontwikkeld waarbij getoetst wordt op indicatoren die voor de gehandicaptenzorg van belang zijn. Dit kwaliteitsinstrument is openbaar en beschikbaar voor alle leden, zodat instellingen onderling ook ervaringen kunnen delen en er gezamenlijk een nog beter toetsingsinstrument van kunnen maken.’

Is de transitie over tien of vijftien jaar -geslaagd?
‘Dat de AWBZ te royaal is, daar ben ik het hartgrondig mee eens. We zullen er aan moeten wennen dat we meer uit eigen zak gaan betalen voor onze gezondheidszorg. Desondanks heb ik het bange vermoeden dat de transitie toch niet meer is dan een megabezuinigingsoperatie. Eerlijk gezegd heb ik zo mijn twijfels of de kwaliteit van de zorg wel optimaal geborgd zal blijven, al was het maar omdat het tijdsbestek waarin de transitie voltooid moet worden, ontzettend kort is. Veel zal afhangen van menselijke inspanningen en goede samenwerking. Heb je een goede wethouder en daadkrachtige personen op de goede plekken? Dan geef ik het wel een kans.’

Tot slot, wanneer en waarmee bent u -tevreden?
‘De VGN wil mensen met een verstandelijke, lichamelijke en/of zintuiglijke beperking een menswaardig leven bieden. Wij rusten dan ook niet voordat het welzijn van al onze cliënten voor een groot deel is geborgd.’

Heleen Margriet Dupuis (Rotterdam, 30 mei 1945) is een Nederlandse ethicus en politicus. Van 1986 tot 2003 was ze hoogleraar medische ethiek aan de Universiteit Leiden. Sinds 8 juni 1999 is ze lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal namens de VVD. In de Eerste Kamer houdt Dupuis zich bezig met volksgezondheid, -welzijn, onderwijs en wetenschapsbeleid. Ze heeft nog diverse andere functies in de gezondheidszorg, zoals Voorzitter Raad van Toezicht van Woon Zorg Centra Haaglanden (een grote groep verpleeghuizen). Van 1981 tot 1985 was ze voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) en maakte naam in het publieke debat met haar aanhoudende pleidooi voor de mogelijkheid van euthanasie. Sinds 1 november 2009 is ze voorzitter van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Dupuis studeerde theologie en rechten (kandidaats). Ze promoveerde in 1976 bij prof. dr. H.J. Heering op het proefschrift ‘Medische ethiek in perspectief’.