Bewegen om ouderdomsziektes tegen te gaan

Interview met bewegingswetenschapper prof. dr. Tibor Hortobágyi

We worden steeds ouder, maar wat betekent dit voor onze gezondheid? Met de leeftijd neemt de kans op aandoeningen toe en door gebrek aan beweging, te veel en ongezond eten steken welvaartsziektes en ouderdomsziektes steeds vaker de kop op. Denk aan obesitas, diabetes, hart-en vaatziektes, auto-immuunziektes en kanker. Ziektes die vervolgens ook een druk leggen op onze zorgkosten. Hoe pakken we dit probleem aan?

Hij werd in 1955 geboren in Budapest, Hongarije. Prof.dr. Tibor Hortobágyi. In zijn geboorteland studeerde Hortobágyi bewegingswetenschappen. Zijn vervolgopleiding deed hij aan de University of Massachusetts in Amherst, Verenigde Staten. Daar promoveerde hij in 1990 op het proefschrift ‘Specificity of muscular fatigue and force enhancing mechanisms in power and endurance athletes’. Vervolgens werd Tibor Hortobágyi aangesteld als hoogleraar in de biomechanica en bewegingsneurowetenschappen aan de East Carolina University, Greenville. In 2011 kwam hij naar Nederland en werd hoogleraar Bewegen en Gezond ouder worden bij het Centrum voor Bewegings-wetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Van origine is Tibor Hortobágyi atleet, hoogspringer op nationaal niveau, vertelt hij. ‘Maar ik kreeg met blessures te kampen en moest stoppen. Vervolgens was ik betrokken bij het testen van atleten binnen het Hongaarse nationale team om onder andere de effectiviteit van de trainingen vast te stellen. Via deze weg ben ik in het onderzoek terecht gekomen.’
Omdat Tibor Hortobágyi zo’n elf jaar geleden in het redactieteam zat van de Journal of Gerontology, richtte hij zich daarna min of meer vanzelfsprekend op de ouderen in onze samenleving. En wel op het gebied van lichamelijk activiteit en beweging. ‘De maatschappij had en heeft hier nog steeds meer informatie over nodig. In feite ben ik van de ‘top end’ van beweging als atleet naar de ‘lower end’ van beweging bij ouderen gegaan’, vertelt Tibor Hortobágyi met een lach.

Technologie

Een van de doelstellingen van Hortobágyi is bij te dragen aan innovatie in de gezondheidszorg. Hoe ziet hij dit voor zich? ‘Het is een complex vraagstuk’, antwoordt Hortobágyi. ‘Veel onderzoekers houden zich er al jaren mee bezig. Hoe kan technologie helpen bij een kwalitatief goede oude dag, kijkende naar zowel het sociale als het gezondheidsaspect. Het gaat vooral om het vermogen van aanpassen en veranderen. We werken hard aan applicaties waarmee we proberen mensen met elkaar in verbinding te brengen. We gebruiken sociale samenhang als een methode om communicatie op basis van technologie te verbeteren. Communicatie dus tussen bijvoorbeeld de oudere, zijn familie, vrienden en medische staf. Zo’n communicatiemiddel is bijvoorbeeld een tablet met buttons voor de verschillende groepen. Een familielid kan dan bijvoorbeeld controleren of de oudere zijn medicatie heeft ingenomen. Technologie kan ook ingezet worden als indicator en feedback voor onder andere ouderen – in tactiele, auditieve, visuele en andere vormen van ‘reminders’ – om ze te stimuleren tot dagelijkse fysieke activiteiten. Denk aan een reminder om bijvoorbeeld in de gang te gaan lopen van de instelling waar ze verblijven, als het buiten slecht weer is. Of een reminder een vriend te bellen voor een afspraak in het park. Technologische applicaties zijn er in alle vormen en maten, van simpel en goedkoop tot geavanceerd en duur. Voorbeelden zijn draagbare stappentellers en versnellingsmeters, geïntegreerd met informatie over voeding en energieverbruik. Zo krijgt de gebruiker eenvoudige en begrijpelijke feedback over zijn niveau van fysieke activiteit in het verleden en heden en adviezen richting de toekomst.’

Ziektes en aandoeningen

Hoe iemand ouder wordt, is sterk afhankelijk van het individu zelf en zijn omgeving. Tibor Hortobágyi: ‘De tendens is dat na het pensioen de tijd die veel ouderen dagelijks zittend doorbrengen, toeneemt tot tien uur of meer. We worden motorisch passief, wat negatief is voor de kwaliteit van leven. Uren achter een computer heeft ongunstige fysiologische gevolgen. De schadelijke gevolgen van elke dag langdurig zitten, stapelen zich na verloop van tijd op en hebben samen een negatieve invloed op allerlei fysieke functies, zoals lichaamsgewicht, bloedlipiden, insulineresistentie, bloeddruk, ontstekingsreacties, fysieke activiteit, spierkracht, uithoudingsvermogen en cognitief functioneren.’

Minder bewegen kan dus leiden tot allerlei ziektes, ook tot ziektes als de ziekte van Alzheimer? Tibor Hortobágyi: ‘Het is niet voor honderd procent bewezen. Maar cross-sectioneel onderzoek – observatieonderzoek waarbij op een bepaald tijdstip gegevens over risicofactoren en/of uitkomsten in een populatie worden verzameld – lijkt het resultaat te geven dat een actief leven enigszins bescherming biedt voor het ontwikkelen van de ziekte van -Alzheimer. Maar met deze conclusie moeten we voorzichtig zijn.’

Leidt minder bewegen ook tot meer vallen? ‘Inderdaad’, beaamt Hortobágyi. ‘Ouderen die deelnemen aan bewegingsprogramma’s, worden sterker, hun balansvermogen neemt toe en ze vallen minder snel. Uiteraard is het wel afhankelijk van het individu. We kennen mensen in de psychogeriatrie met cognitieve dysfuncties die tien tot twaalf keer per dag vallen. Voor hen gelden andere richtlijnen. Onderzoeken bevinden zich nog in het begin-stadium. Wat gebeurt er met hen en wat kunnen we er aan doen?’

Van jongs af aan

Bewegen is belangrijk. Dat wisten we al langer. Maar toch, wat is het advies van Tibor Hortobágyi? ‘Health literacy. Ofwel, het vermogen om gezondheidszorg-informatie te krijgen, te lezen en te begrijpen met als doel passende beslissingen te kunnen nemen op het gebied van gezondheid en instructies te volgen voor behandeling. Net zoals het belangrijk is dat iedereen de bijsluiters van geneesmiddelen begrijpt en weet hoe bepaalde medicijnen werken. Zo zou het ook voor beweging moeten zijn. We moeten allemaal op de hoogte zijn van de voordelen van bewegen en wat te doen. Let wel, bewegen is van jongs af aan al belangrijk. En zeker als we in het arbeidsproces zitten. Focussen we ons op arbeids-omstandigheden, dan vind ik dat er een hele verschuiving moet plaatsvinden. Mijn eerste voorstel is het veranderen van de kantooromgeving, van een passief naar een actief kantoor. Denk aan het verstellen van bureaus, zodat er steeds korte perioden staand kan worden gewerkt. Of aan het gebruik van loopbanden op kantoor. Een tweede oplossing is verandering in het gedrag op het werk en in het dagelijks leven. Werkgevers dienen werknemers er op attent te maken dat er mogelijkheden en keuzes zijn. Denk aan het gebruik van het toilet op een andere afdeling. Het verder weg parkeren van de auto of het nemen van de trap in plaats van de lift. Of wat te denken van het aanbieden van fitness?’

Beginnen op jonge leeftijd, doorvoeren op het werk… Bewegen dus. Maar wat te doen met al die ouderen in bijvoorbeeld instellingen? Sommige hebben wellicht geen actief leven achter de rug. Kunnen wij ze toch een fijne, gezonde oude dag bezorgen? Hortobágyi denkt na en zegt: ‘Op universiteiten in onder andere Maastricht, Amsterdam en Groningen trainen we masterstudenten over dit onderwerp, met alle kennis die we hebben uit onderzoeken. Laten we hen aan het werk zetten in instellingen voor ouderen. Ik praat dan niet over bijvoorbeeld fysiotherapeuten, maar over afgestudeerden op het gebied van ‘health literacy’, ik had het er al even over. Zij zijn getraind en hebben de kennis, zij weten waar ze op moeten letten. Helaas, tot nu toe zijn er voor deze studenten weinig banen te vinden.’

Kennis en praktijk

Jammer dus, dat om welke reden dan ook kennis die voorhanden is over bewegen, ouder worden en (technologische) mogelijkheden, (nog) te weinig praktisch ingezet wordt binnen bijvoorbeeld zorginstellingen voor ouderen. Net zoals het jammer is dat aan resultaten uit vele onderzoeken, zo vernemen we van Tibor Hortobágyi, te weinig gevolg gegeven wordt. ‘Het is en blijft moeilijk om resultaten en dus de kennis uit onderzoeken toe te passen in het werkveld van zorgprofessionals. Ik doe dit werk nu al ruim dertig jaar en nog steeds blijven de resultaten vaak op dezelfde plek hangen. Medische studies maken onvoldoende gebruik van technologie. Al met al blijft het een moeilijk organisatorisch vraagstuk, wereldwijd. Sommige medici kennen bijvoorbeeld de werking van applicaties niet. Enerzijds logisch, want ze zijn clinici. Hier ligt niet hun prioriteit. Neem een MRI-apparaat als voorbeeld. De arts bestudeert de resultaten van de MRI. Hij houdt zich niet bezig met de bediening van het apparaat. Dat doen anderen, een heel team. Dus is het te begrijpen dat onderzoeken over nieuwe technieken niet altijd landen.’

Kloof

We worden steeds ouder, dat is een feit. Maar we willen ook fijn en gezond oud worden. Wereldwijd wordt onderzoek gedaan naar een manier om dit te kunnen bewerkstelligen. Technieken en methoden zijn volop in ontwikkeling. Maar er is sprake van een kloof tussen kennis en praktijk. De vraag is hoe we deze kloof kunnen overbruggen. Het vergt tijd. Maar wat geen tijd vergt, is gewoon wat vaker de trap nemen. Of bij het opstaan een paar rondjes door de kamer lopen. Bewegen, ook als oudere, thuiswonend of in een instelling. Als er sprake is van revalidatie en herstel, maar zeker ook als er nog geen of weinig gebreken zijn. Dan is in ieder geval het begin naar een gezonder einde gemaakt.

Ruimte voor Gezondheid is een initiatief van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en TNO, in samenwerking met het Healthy Ageing Network Noord-Nederland (HANNN) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
Meer informatie:
Ruimte voor Gezondheid
Twitter
Health Literacy