Revalidatie Nederland: van toekomstverkenning naar werkelijkheid

Interview met Jannie Riteco, directeur Revalidatie Nederland

Elk mens heeft recht op deelname aan de maatschappij. Ziek, gehandicapt of gezond. tvb ZORG in gesprek met Jannie Riteco, directeur van Revalidatie Nederland. Hoe staat het met de sector? Wat is er uitgekomen van de toekomstverkenning die in 2006 werd gemaakt?

Revalidatie Nederland is de branchevereniging voor de medisch specialistische revalidatie. Alle revalidatiecentra, een aantal revalidatieafdelingen van ziekenhuizen en een zelfstandig behandelcentrum zijn lid. Deze instellingen richten zich op de autonomie van de patiënt, zodanig dat deze (weer) zelfstandig kan deelnemen aan de maatschappij. Het doel van revalidatie is dan ook maximaal herstel en optimale kwaliteit van leven. De aandoeningen die behandeld worden, zijn bijvoorbeeld cva, amputatie, dwarslaesie, chronische pijn of een chronische (spier)ziekte.

Kostenbesparing

Voordat we met Jannie Riteco verder praten over de stand van zaken van de revalidatie in Nederland, vragen we haar om wat cijfers. Hoeveel is er de laatste jaren in Nederland uitgegeven aan revalidatie? Ze vertelt: ‘Volgens de laatste cijfers hebben we in 2011 450 miljoen euro uitgegeven. Dit is exclusief de zelfstandige behandelcentra. Met deze uitgave besparen we uiteindelijk op de zorgkosten. Want onderzoeken tonen aan dat elke euro aan revalideren vijf euro oplevert. Deze vijf euro is becijferd naar kwaliteit van leven, naar besparing op zorgkosten en deelname aan de maatschappij, zoals het hebben van werk. We zijn de afgelopen jaren ook steeds efficiënter gaan werken. De kosten van de behandelingen dalen, terwijl met de ingezette middelen meer zorg geleverd wordt.’

Zorg- en revalidatietrends

In 2006 schreef Revalidatie Nederland een toekomstverkenning. Wat is daarvan uitgekomen? Jannie Riteco: ‘Kijken we naar de trends in de zorg, dan zien we een grotere zorgvraag ten opzichte van 2006, zoals voorspeld. De oorzaak ligt in de vergrijzing en het grotere aantal chronisch zieken. Ook de voorspelling dat we minder een beroep doen op zorgprofessionals, klopt. De zorgkosten zijn hoog. De overheid wil daarop besparen. Met minder zorgprofessionals moet de zorgvraag opgelost worden. Dat is ook de reden dat e-health steeds meer opkomt.’

Revalidatie Nederland voorzag in 2006 een tekort in medische specialisten en verpleegkundigen. Dit blijkt momenteel nog mee te vallen. Dat patiënten steeds mondiger worden, is een constatering die wel bevestigd kan worden. Riteco: ‘We zien steeds meer patiëntenverenigingen die ook actiever worden. Ook tv-programma’s, -internet en social media spelen meer en meer een rol.’
Behalve trends in de zorg, constateerde Revalidatie Nederland in 2006 ook een aantal trends in de revalidatie. We filteren er een paar uit. Zoals de voorspelling dat het volume van revalidatiezorg zou groeien met drie procent. Is dit ook gebeurd? Jannie Riteco vervolgt: ‘De jaarlijkse groei betreft nog steeds dit percentage. De behandelduur neemt wel af, wat we overigens toen ook gezegd hebben. In 2007 was de verpleegduur van kinderen tachtig dagen, in 2011 69 dagen. Volwassenen kenden in 2007 een verpleegduur van 67 dagen, in 2011 zestig dagen. Deze afname komt voort uit intensievere behandelingen. We proberen een zo efficiënt mogelijke zorg te bieden, waardoor patiënten korter in een revalidatiecentrum verblijven. Hierdoor neemt ook het aantal revalidatie-behandeluren (rbu’s) per verpleegdag af. Kinderen hadden in 2007 1,9 rbu en in 2011 2,4 rbu. Kijkende naar volwassenen was dit in 2007 1,7 rbu en 2,0 rbu in 2011. Er vindt dus per verpleegdag intensievere behandeling plaats. De behandelingen zijn overigens – als we de zelfstandige ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra meetellen – zeventig procent poliklinisch. We proberen zo veel mogelijk mensen thuis te behandelen. Dat is prettiger en beter voor de revalidant en bovendien voordeliger. Tot slot, als we naar de trends kijken, is het nog steeds zo dat patiënten met hersenaandoeningen de grootste groep vormen binnen de revalidatie.’

Marktwerking

Niet alleen noemde Revalidatie Nederland destijds trends in het rapport, ook werd een viertal mogelijke toekomstbeelden geschetst. Model 1 betreft het planeconomische model, ofwel aanbodgestuurd met een breed basispakket. Model 2 is het gereguleerde marktmodel met aanbodsturing en een klein basispakket. Het maatschappelijk ondernemerschapsmodel, met vraagsturing en een breed basispakket, is het derde model. Het laatste model betreft het vrije marktmodel met vraagsturing en een klein basispakket. Welk model is het in 2013/2014 geworden? Jannie Riteco: ‘Een combinatie van model 2 en 3. Er is sprake van vraagsturing, echter nog in beperkte mate. De zorginkoop op kwaliteit komt nog niet echt op gang, onder andere omdat de vraag groter is dan het zorgaanbod. De overheid bepaalt nog sterk de randvoorwaarden en het basispakket is nog steeds breed. Dus echte marktwerking, nee, dat is er nog niet. Verzekeraars zullen in de toekomst steeds meer op kwaliteit gaan inkopen en dat is ook goed. In onze sector werken we al jaren hard aan deze kwaliteit. Met prestatie-indicatoren maken we de kwaliteit meetbaar. We zijn als sector ook transparant in wat we doen. Zo willen we aan de hand van een nog op te zetten landelijke database de resultaten van onze behandelingen zichtbaar maken.’

Innovaties en projecten

Het rapport Toekomstbeeld uit 2006 noemt ook een aantal programma’s ter verbetering van de kwaliteit en transparantie van de revalidatie in Nederland. Welke projecten zijn inmiddels afgerond en welke staan in de steigers? Riteco: ‘Het project Landelijke Innovatieplatform Kinderrevalidatie (LINK), is inmiddels klaar. We wilden de samenwerking tussen professionals en organisaties binnen de kinderrevalidatie vormgeven. Dat is gelukt. LINK is opgevolgd door LOOK, het Landelijk Overleg Onderwijs en Kinderrevalidatie. Dit orgaan heeft ten doel de participatie van kinderen en jongeren met een lichamelijke beperking te bevorderen.’

Een ander project dat Revalidatie Nederland in 2006 noemde, is het ontwikkelen van een Elektronisch Patiënten Dossier (EPD). Dat is gebeurd. Jannie Riteco: ‘We hebben met de hele sector gezamenlijk een landelijk EPD ontwikkeld. Vorig jaar hebben twee instellingen het revalidatie-EPD geïmplementeerd en wordt er met plezier en tevredenheid mee gewerkt. Anderen instellingen volgen.’

Het Innovatieprogramma Revalidatie, opgezet in samenwerking met ZonMw, is een project dat bijna is afgerond. Het doel van het project is het vergroten van het innovatievermogen van revalidatiecentra en revalidatieafdelingen van ziekenhuizen. ‘Uit het programma is een aantal innovatieve implementaties voortgekomen’, vervolgt Jannie Riteco. ‘Denk hierbij aan het GameLaB voor jonge revalidanten met voornamelijk niet-aangeboren hersenletsel, chronische vermoeidheid en pijn. In het GameLaB kunnen zij op therapeutische wijze computerspelletjes spelen. Een ander voorbeeld is de implementatie van een teletaaltherapie. Hierbij gaat het om de uitwerking van spraaktherapie naar een tele-healthomgeving. Mensen met Broca-afasie hebben namelijk veel moeite om grammaticaal correcte zinnen te maken. In een compensatietherapie leren zij hun uitingsproblemen te omzeilen door te praten in een soort telegramstijl.’ Afgezien van de implementaties is vanuit het Innovatieprogramma Revalidatie het Revalidatie Kennisnet ontstaan. ‘Zie het als een kruising tussen LinkedIn en Wikipedia, maar dan op het gebied van revalidatie’, legt Riteco uit. ‘Alle professionals die lid zijn van Revalidatie Nederland, kunnen op dit net kennis met elkaar delen en ontwikkelen.’

Ruimte

De toekomstverkenning uit 2006 blijkt bijna voor honderd procent uit te komen. Mooi, want het beleid is hierop aangepast. Innovatieve projecten zijn ontwikkeld en nieuwe lopen. En dat alles in een tijd dat de financiering van de zorg niet gemakkelijk is. Hoe krijgt Revalidatie Nederland deze positieve ontwikkeling dan wel van de grond? Jannie Riteco: ‘Laat ik eerst zeggen, ook wij kijken waar bezuinigingen mogelijk zijn. Aan de andere kant komt uit onze onderzoeken helder naar voren dat revalidatie meerwaarde heeft. Ik zei het al eerder, een euro investering levert vijf euro op. We vinden het belangrijk gegevens te verzamelen, zodat we het succes van de behandelingen aan kunnen tonen. Dat is belangrijk voor ons eigen werk, voor de gesprekken met verzekeraars en het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Wij willen graag aantonen dat revalidatie een toegevoegde waarde heeft.’

Revalidatie Nederland Revalidatie