Op pad met een manager woonzorg

‘Creativiteit moet gevoed worden’

‘Leg de focus op mensen, niet op patiënten’, aldus Klara van de Luit-garen, momenteel werkzaam als ad-interim manager woonzorg bij Hilverzorg. Een gesprek over woonzorg met een inspirerende vrouw. Wat is belangrijk en hoe pak je het aan?

Vroeger wilde ik zuster worden. Ik had geen idee wat dat inhield, maar ben er wel voor gegaan’, vertelt Klara van de Luitgaren, eigenaar van Kernkracht Interimmanagement. Inmiddels werkt ze al meer dan veertig jaar in de zorg in diverse functies. In eerste instantie waren het vooral de ziekenhuizen die haar aandacht trokken. Waarom is ze uiteindelijk een eigen bureau begonnen? Van de Luitgaren: ‘Destijds kwam ik in contact met de vakbond en werd beleids-medewerker. Daar heb ik ontzettend veel geleerd, vooral over hoe de gezondheidszorg in Nederland in elkaar zit. En wat de verschillende functies in de zorg inhouden. Na acht jaar wilde ik terug naar mijn ‘roots’. Ik nam een baan aan voor twee jaar in een ziekenhuis. Ik hield me bezig met ‘de nieuwe manier van werken’ en dossiervorming. Toen dit contract afliep, ontmoette ik de directeur patiëntenzorg van het Reinier de Graaf Ziekenhuis in Delft. Zij vroeg mij als ad-interim hoofd klinische zorg. Die uitdaging heb ik aangenomen, als zelfstandige.’

Projecten

Inmiddels heeft Van de Luitgaren talloze (ad-interim) opdrachten gedaan in de gezondheidszorg. Opdrachten waarbij het gaat om interim-management op hoger- en middenmanagement niveau. Daarnaast maken ook project- en verandermanagement deel uit van haar porte-feuille. Op de vraag naar enkele hoogtepunten, antwoordt ze: ‘Projecten voor het Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging, zo’n tien jaar geleden. Die projecten hadden betrekking op de door een commissie opgestelde toekomstscenario’s voor de zorg. We moesten verpleegkundigen en verzorgenden hierover inlichten. Een heel bijzonder en vooral leuk project.’

Klara van de Luitgaren noemt nog een bijzonder project. ‘Ik heb samen met een collega onderzoek gedaan naar de behoeften van jonge gehandicapte verpleeghuisbewoners in Zuid-Holland. Het heeft diepe indruk op mij gemaakt. Van huis uit ben ik verpleegkundige. Ik heb met dit project geleerd om naar mensen te kijken, niet naar patiënten. Mensen die in een rolstoel zitten, zich niet of nauwelijks kunnen bewegen en hun leven in een verpleeghuis doorbrengen. Ik herinner mij een vrouw in een rolstoel die slechts één vinger kon gebruiken. Met die vinger gaf ze lettergrepen aan op een papier. Ze kreeg het voor elkaar om duidelijk te maken en te regelen dat ze een of twee keer per week kon zwemmen. Dat vond ik geweldig.’

Zorgbehoefte

Sinds 1 maart van dit jaar is Van de Luitgaren ad-interim woonzorgmanager bij Hilverzorg. Wat houdt deze functie in? ‘De woonzorgmanager stuurt een locatie aan en draagt de verantwoordelijkheid’, legt Klara van de Luitgaren uit. ‘De teamleiders met wie ik samenwerk, sturen een betreffende afdeling aan. Samen met hen voer ik diverse projecten uit. Binnen Hilverzorg hebben we bijvoorbeeld een project gedaan over de verbetering van de ZZP-indicatie. We hebben gekeken of de ZZP-indicatie van mensen klopt met de werkelijke zorgbehoefte en de zorg die wij leveren. Op veel plekken gaat dat mis. ‘Met name verzorgenden geven vaak meer zorg dan binnen het geïndiceerde zorgzwaartepakket past, ze houden te weinig rekening met de ZZP-toepassing. Hilverzorg heeft een bureau ingehuurd dat met alle klantcoördinatoren gesproken heeft over het beoordelen van de zorgbehoefte van bewoners en de hieraan gekoppelde ZZP-indicatie. Hoe je die zorgbehoefte beoordeelt? Dat is een kwestie van goed doorvragen. Verzorgenden hebben de neiging de hele zorg over te nemen en het dan zorg te noemen. Dat komt absoluut niet overeenkom met de wijze waarop het CIZ hiernaar kijkt. Voor het CIZ is zorg ondersteuning.’

Bewustwording

Bij Hilverzorg houdt Klara van de Luitgaren zich specifiek bezig met de verbetering van kleinschalig werken en performance. ‘Binnen deze opdracht probeer ik verplegenden en verzorgenden te leren wat zorg verlenen in een kleine setting inhoudt. Soms heb je te maken met huisjes van zes personen. Dat noem je al kleinschalig. Op de verpleegunit waar ik nu werk, hebben we echter drie huiskamers voor in totaal 24 bewoners. Om deze huiskamers heen liggen de slaapkamers. De setting is voor een deel klein en voor een deel algemeen. Hoe leer je verplegenden en verzorgenden om niet vooraan in de gang te beginnen en achteraan te eindigen, en dus op de ouderwetse manier zorg te geven? ‘De richtlijnen voor ADL-zorg (red, Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) zijn helder. Mensen moeten hun bed uit, verschoond en aangekleed worden en krijgen eten en drinken. Dat hebben zij zo geleerd: wij zorgen voor onze mensen, we doen alles voor ze. Dit is een gedachte die niet binnen de ZZP’s en kleinschalig wonen past. Bewust maken, daar gaat het om. Concentreren op de huiskamers en op de dagbesteding. Dek niet zelf de tafel, maar doe dit samen met de bewoners. Schil samen de aardappels aan tafel. Strijk in de huiskamer en vouw samen de was op. Breng de normale huiselijke activiteiten terug in de huiskamer. Deze omslag vraagt veel aandacht en begeleiding. Pas dan gaan verplegenden en verzorgenden er de lol van inzien en ervaren ze meer zelfstandigheid en vrijheid.’

Klara van de Luitgaren noemt nog een voorbeeld uit de praktijk over bewustwording. Een aantal jaren geleden werkte ze in een verpleeghuis in Velp waar nog maar net kleinschalig wonen was ingevoerd. Het liep niet lekker. ‘Op een dag zei een van de verplegenden tegen mij: ‘Klara, we zouden het zo leuk vinden als we in al onze huiskamers een open haard zouden hebben.’ ‘Een prima idee’, zei ik, ‘maar waar haal ik hier het geld voor vandaan?’ Ik stelde voor creatief na te denken over hoe dit te realiseren was. De verzorgenden pakten het op. De een deed navraag voor een haard bij familie. De ander ging op marktplaats kijken, en weer iemand anders knapte zelf een oude haard op. Uiteindelijk hebben ze zelf bedacht wat leuk was voor hun huiskamer. En toen ontstond de gedachte: ‘Hé, we hebben hier zeggenschap over!’ Het vinden van die sprankeling, die creativiteit, is geweldig.’


Goed idee

Het voeden van creativiteit, hoe doe je dat als woonzorgmanager? Van de Luitgaren begint te lachen en zegt: ‘Dat vraag ik mezelf ook vaak af. Het gaat bijna vanzelf. Meestal zeg ik heel spontaan wat ik wel of niet leuk vind. Toen ik pas op deze unit werkzaam was, viel mij een bord op dat in de gang hing. Het was een rooster met de werktijden van de diverse personeelsleden. Heel onduidelijk allemaal. Ik stond er naar te kijken, samen met een verzorgende, en zei: ‘Kunnen we dit niet veranderen?’ Zij antwoordde: ‘Ja, wat een goed idee!’ De volgende dag hadden we een ander, veel duidelijker bord.’ Spontaniteit is één ding, maar Van de Luitgaren houdt wel van structuur. Die is onontbeerlijk. Ze zorgt er in eerste instantie voor dat de personeelsbezetting op orde is. ‘Is die niet op orde, dan kun je de rest vergeten.’ Ook zet ze een communicatiestructuur op. ‘Ik start met elke twee weken een werkoverleg, dat kan later naar eens per maand. Afspraken worden vastgelegd. Dan ontstaat er rust en komt de creativiteit van het personeel naar boven’, aldus Klara van de Luitgaren.

Over een paar weken is de ad-interim opdracht bij Hilverzorg afgelopen voor Klara van de Luitgaren. Wat ze daarna gaat doen, weet ze nog niet. ‘Het komt vanzelf op mijn pad. Ik wil best weer een keer terug naar een ziekenhuis. Of werken in een verpleeghuis op locatieniveau en de hele tent aansturen.’ Dus je bent nog lang niet uitgekeken in de zorg? ‘Welnee!’, zegt Van de Luitgaren met klem. ‘De zorg boeit me nog altijd enorm. Al vanaf het moment dat ik ‘zuster’ wilde worden.’