Bouw en Uitvoering

Innovatieve zorgondernemers

Ondernemen in de zorg zonder medische achtergrond

Ze zijn innovatief. Denken op macroniveau. En hebben een duidelijke visie over waar het naar toe moet in de zorg. De zorgondernemers van nu willen niet alleen de patiënt beter bedienen, maar ook de sector verbeteren. En steeds vaker zijn het ondernemers zónder medische achtergrond. Drie verhalen van innovators die aan dit profiel voldoen.

Douwe Jippes

Business developer Healthcare, Internetbureau Virtual Affairs

Met een communicatie- en designdiploma op zak moest Douwe Jippes aanvankelijk nog wel eens uitleggen wat hij precies doet en vooral waarom hij dat doet. Nu wordt hij regelmatig gevraagd de zorg te verbeteren met online oplossingen die de klantervaring verhogen.

Douwe Jippes ontwikkelt online oplossingen voor de zorg bij Virtual Affairs, een full-service internetbureau dat zich richt op verbeterprocessen door online oplossingen. Het bedrijf was onder meer nauw betrokken bij de realisatie van online bank Knab. Sinds zijn aantreden is Jippes met name verantwoordelijk voor de zorgtak. En dat sluit eigenlijk best goed aan op de route die hij heeft bewandeld. ‘Na mijn studie heb ik een communicatiebureau opgericht. We ontwikkelden vooral reclameconcepten en dat begon me al vrij snel te vervelen.’ En dus schoof hij weer aan in de studiebanken. ‘Filosofie, één jaar. Want ondertussen ging ik ook als adviseur bij Arkin aan de slag en daar kwam ik voor het eerst in aanraking met eHealth. Daarna ben ik als channel manager eHealth bij Parnassia aan de slag gegaan om vervolgens bij Virtual Affairs een pijler op te zetten voor de zorg. Ik wist dat ik daar veel waarde kon toevoegen, want bij veel adviesbureaus werken mensen met een medische achtergrond of die een managementopleiding hebben genoten. Zelden zie je daar iemand met gedegen kennis van ‘online’ en een uitgesproken visie op de zorg.’

Ander businessmodel
Jippes heeft vooral op het gebied van eHealth naam gemaakt, maar ziet in bredere zin een hele markt die nog te veranderen valt. ‘Jarenlang hebben medici aan het roer gestaan bij zorginstellingen en zorgleveranciers. Nu dringt het besef door dat die aanpak vaak te middel gedreven was en zien we hoe het anders kan. Ik denk dan aan het Golden Circle model van Simon Sinek. Te lang hebben we gedacht in producten en middelen. Instellingen die wilden innoveren, lieten maar een app ontwikkelen omdat ze dachten dat dat van hen werd verwacht. Maar een app is geen innovatie. Als je wilt vernieuwen, moet het ‘waarom’ centraal staan. Je ziet nu van alle kanten ondernemers zonder zorgkennis opstaan. Precies daarom. Omdat we de zorg veel meer moeten benaderen als businessmodel. De auto-industrie blijft zichzelf verbeteren, zonder op kwaliteit in te leveren. Auto’s worden goedkoper, terwijl ze tegelijkertijd steeds meer functionaliteiten bieden om de klant van alle gemakken te voorzien. Ik zie niet in waarom dat in de zorg niet zou kunnen.’

Innovatiekracht
Of de sector conservatief te noemen is? ‘Laat ik me beperken tot mijn eigen achtergrond: online zorgoplossingen. Op dat gebied kan ik volmondig ja zeggen.’ Als het gaat om online en IT, constateert Jippes dan ook een lage mate van maturiteit in de sector. ‘Ik zie bij veel instellingen nog echt verouderde systemen. Willen ze daar iets doorvoeren, dan moet eerst het IT-huis opnieuw worden ingericht. Tja, dat zorgt natuurlijk voor een drempel om te vernieuwen.’ Wat zijn specialisme betreft, heeft Jippes veel ambities. ‘Er zijn tal van initiatieven op het gebied van eHealth, maar die zijn vaak nog erg kleinschalig. Bovendien zijn ze vaak niet ingebed in de visie, in de bedrijfscultuur. Wie echt wil innoveren, zet een duidelijke visie neer over hoe de organisatie integraal moet omgaan met de ontwikkelingen in de zorg.’

Andere scope
Volgens Jippes zouden zorgondernemers met een andere blik moeten kijken naar zorgconcepten en zorgprocessen. ‘Als je toch ziet dat thema’s als zelfmanagement trending zijn en je tegelijkertijd op zorg moet besparen, is het heel logisch om op zoek te gaan naar concepten waarbij de patiënt meer zelf doet. Patiënten kunnen en willen zelf meer het heft in eigen hand nemen. We zouden dus best wat meer af mogen stappen van het model waarin de arts de kennis doorgeeft aan de patiënt. De arts bekijkt processen vanuit zijn eigen rol. Maar de patiënt heeft een totaal andere scope. Omdat ik geen arts ben maar inmiddels wel goed mijn weg ken in de medische wereld, kan ik me in beide ‘kampen’ goed verplaatsen. Dat is waarschijnlijk in zijn algemeenheid ook de kracht van zorgondernemers zonder medische achtergrond.’

Albert Hietink

CEO, Privékliniek U-center

Hij is een conceptdenker, consumer minded van karakter en stelt service voorop. Albert Hietink heeft hospitality hoog in het vaandel staan. Dat blijkt ook wel uit zijn cv. Zo startte hij in 2005 zijn eigen restaurant, waarin hij nog steeds een klein belang heeft. Na omzwervingen in een salesorganisatie en een servicebureau voor visuele communicatie besloot hij dat hij iets maatschappelijks wilde doen.

Zijn achtergrond én zijn bagage zorgden er voor dat hij bij de directie van U-center in de spotlight kwam. Albert Hietink: ‘Het plaatje klopte helemaal. U-center is gevestigd in een voormalig hotel, heeft het hotelpersoneel destijds ook overgenomen en ziet hospitality als basis voor de zorg. Ik heb vroeger een restaurant gerund, dus dat sluit natuurlijk mooi op elkaar aan. Verder heb ik in 2001 een zware burn-out gehad. Ineens ging het licht uit en werd ik per ambulance afgevoerd. Aangezien U-center zich als kliniek voor mensen met verslavingen en psychische klachten ook veel richt op mensen met burn-outs, had ik bij hen een streepje voor. Niet alleen als zakenman paste ik daar goed, ook als mens was voor mij daar een mooie rol weggelegd. Zo vertel ik iedere zes weken aan een groep cliënten over mijn ervaringen en hoe ik dat heb gebruikt om mijn leven een positieve draai te geven.’

Zorg en zakelijk
Als CEO is Hietink voor alle aspecten verantwoordelijk, maar de Directeur Behandelzaken gaat over de inhoud, over de medische kant. ‘Samen bekijken wij zaken totaal anders dan reguliere GGZ-instellingen. Commercie of bijvoorbeeld venture capital in combinatie met zorg wordt vaak als een vieze combinatie gezien. Maar naar mijn mening is die combinatie juist inherent aan het vernieuwen van de zorg. Als we inderdaad betaalbare zorg willen bieden zonder dat de kwaliteit daar onder lijdt, moet je anders durven denken. Vraag je af of er nog andere financiële modellen te gebruiken zijn. Hoe iets beter kan. Zolang je de patiënt centraal stelt en je je regelmatig afvraagt welke mate van winstgevendheid past binnen de ethische normen, is er niet zo veel aan de hand.’

Innovatie
De patiënt centraal stellen. Dat geluid klinkt vanuit iedere zorgorganisatie. Maar is dat voldoende? Want hoe goed bedoeld ook, sommige initiatieven zijn nu eenmaal minder succesvol dan andere. Hietink antwoordt: ‘Meten, meten, meten. Daar gaat het om. En dat gebeurt nog veel te weinig binnen de GGZ. Onbegrijpelijk. We gaan prat op innoveren, maar concepten of behandelingen die niet effectief zijn, zijn geen innovatie. Het doel moet immers zijn om sneller, beter of tegen een lagere prijs zorg aan te bieden. Om te weten of dat gelukt is, zijn metingen noodzakelijk. Tegelijkertijd kun je je afvragen hoe wenselijk het is dat iedere instelling voor zichzelf bijvoorbeeld aan eHealth oplossingen werkt. Dat zou veel meer op ministerieel niveau kunnen plaatsvinden, met innovatiefondsen gekoppeld aan universiteiten. Natuurlijk, als bedrijf of zorgorganisatie focus je vooral op je eigen onderneming. Maar we hoeven natuurlijk niet allemaal hetzelfde wiel uit te vinden.’

Marcel Zwaal

CEO, Biotech-bedrijf DCPrime

Zijn droom is een therapeutisch vaccin op de markt te brengen dat voorkomt dat behandelde kankerpatiënten opnieuw een tumor krijgen. Een middel zónder bijwerkingen. Een nobele ambitie. Maar Marcel Zwaal is als CEO van DCPrime vooral ook zakenman. Het moet dus tegen een acceptabele kostprijs en commercieel haalbaar zijn.

Zwaal is financieel bedrijfskundige en heeft jarenlang onder meer als controller gewerkt bij diverse grote organisaties als Philips en Hagemeyer. Via een aantal omwegen kwam hij bij Crucell, een biotechnologiebedrijf dat vaccins tegen infectieziekten ontwikkelt. Daar ontdekte hij zijn passie voor de biotech. ‘Eigenlijk had ik bioloog moeten worden. Die materie ligt mij erg goed.’ Toen de organisatie werd overgenomen door Johnson & Johnson, besloot hij op te stappen. ‘Financiële functies in organisaties van dat formaat trekken mij niet zo. Je hebt geen enkel mandaat meer, maar wordt dan louter verantwoordelijk voor één specifiek onderdeel. Als je van legal en dergelijk specialistisch werk houdt, zit je goed. Maar als je een beetje ondernemend bent, past dat niet.’

Ontdekt
Dat Zwaal ondernemend is, werd opgemerkt door een oud-collega die op dat moment partner was bij Thuja Capital, de investeringsmaatschappij die investeerde in DCPrime. Nadat Zwaal bij Crucell opstapte, bracht de participatiemaatschappij hem in contact met DCPrime. ‘Ik trad daar aan als Chief Business Officer. Wat ik destijds niet wist, was dat ze andere plannen met mij hadden. De toenmalige CEO zou afzwaaien en ze waren op zoek naar een opvolger. Dat werd ik.’

DCPrime ontwikkelt vaccins tegen kanker. Op dit moment heeft het met succes de eerste testfase van een medicijn tegen Acute Myeloïde Leukemie (AML) afgerond. De volgende stap is de precieze werking van het middel te testen. Tegelijkertijd wil het biotechbedrijf ook zijn doelgroep vergroten. ‘Het vaccin is ontwikkeld op basis van een cel afkomstig uit een patiënt met AML. Doorontwikkeling van ons vaccin voor andere bloedkankerindicaties is een volgende logische stap, maar daar is extra geld voor nodig. Ook willen we solide kankers, zoals borst- en darmkanker, behandelen. Omdat dat geen bloedkankers zijn, gaan we daarvoor samenwerken met partners.’ De eerste samenwerking is inmiddels een feit, want DCPrime kondigde enkele maanden geleden een partnership aan met Janssen, dochteronderneming van Johnson & Johnson, voor de ontwikkeling van een vaccin tegen prostaatkanker. ‘Dat is wel kenmerkend voor de biotech: we werken met elkaar samen in plaats van elkaar louter als concurrent te zien. En dat is ook nodig. Wij denken met DCPrime een middel te hebben gevonden dat het immuunsysteem leert om kankercellen te herkennen en aan te vallen. Dat is een zeer specifiek gebied. Als ondernemer moet je durven erkennen tot waar je expertise reikt en wat je beperkingen zijn. Zodra je dat doet, kun je op zoek naar een persoon of organisatie die dat gat opvult.’

Gouden combinatie
Wat Zwaal aanspreekt aan de biotech als sector? ‘Er zijn maar weinig vakgebieden waarin het zakelijke en wetenschappelijke zo mooi samenkomen. Met mijn commerciële achtergrond en mijn voorliefde voor de biotechnologische wetenschap een mooie combinatie.’ Toch worden business en wetenschap vaak, al dan niet bewust, gescheiden gehouden. ‘Soms is dat begrijpelijk, maar wanneer je die scheiding te krampachtig in stand houdt, blokkeer je vooruitgang. Bij ziekenhuizen zie ik vaak bestuurders die erg vanuit machtsposities denken. Maar het is juist belangrijk dat ze verstand hebben van processen en kwaliteit, van een efficiëntere bedrijfsvoering. Anno 2014 hebben ziekenhuizen mijns insziens dan ook echt een ander profiel nodig. Ik merk hoe mijn bedrijfskundige achtergrond helpt bij het maken van een vertaalslag naar stakeholders zoals aandeelhouders en investeerders. Ik spreek hun taal en weet hoe bijvoorbeeld een investeerder denkt. En met de nieuwe rol van verzekeraars zal toch iemand de kwaliteit van zorg moeten blijven verdedigen. Daar is een mooie rol voor mij weggelegd.’

Ook dichter bij huis, in de biotech, ziet Zwaal kansen. ‘Veel oprichters van biotechnologische bedrijven denken vanuit de wetenschap. Er ligt bijvoorbeeld een vraag naar een bepaald medicijn, de ondernemer ontwikkelt iets en dan? Er wordt niet nagedacht over doorontwikkeling, over of en hoe het medicijn op grote schaal geproduceerd kan worden. Het besef dat commerciële kennis noodzakelijk is in de zorg, dringt gelukkig langzaam door. De noodzaak om betaalbare zorg te leveren, heeft dat proces wel versneld.’

Steeds vaker lijken managers en bestuurders van buiten de zorgsector in ziekenhuizen en instellingen een functie te bekleden. Dat het meer is dan louter een hype blijkt wel uit het opleidingsprogramma van BoerCroon. Het adviesbureau heeft in samenwerking met Sioo, Interuniversitair Centrum voor Organisatie- en Veranderkunde, twee opleidingstrajecten ontwikkeld voor zowel artsen als managers en bestuurders van buiten de zorgsector die een bestuurlijke functie in een ziekenhuis ambiëren. Volgens de initiators van de opleidingen speelt men hiermee in op de groeiende vraag naar sterke bestuurders in de ziekenhuissector.
In workshops worden bestuurlijke vraagstukken en ontwikkelingen in en rond de ziekenhuissector onderzocht. Verschillende thema’s worden behandeld, zoals het omgaan met verschillende culturen en het hanteren van macht en financiën. De cursus ‘Succesvol besturen van Ziekenhuizen’ start in maart 2014 alweer voor de zesde keer. De aandacht voor vernieuwing en beter bestuur lijkt dus niet zomaar over te waaien.